Opslag-vs-marge-calculator Nederland
Opslag versus marge calculator: vul kostprijs en verkoopprijs in en zie de winstmarge, de opslag en de winst per stuk naast elkaar.

Waarvoor het dient
De opslag-vs-marge-calculator zet een kostprijs en een verkoopprijs om in de twee getallen die het vaakst door elkaar worden gehaald: de winstmarge, de winst als aandeel van de prijs, en de opslag, diezelfde winst ten opzichte van de kostprijs.
Gegevensbronnen & parameters
Deze rekenmachine gebruikt standaard financiële formules en werkt volledig in je browser. Er zijn geen externe gegevens nodig — je resultaat wordt alleen berekend op basis van de waarden die je hierboven invoert.
We streven er altijd naar om voor elke variabele de meest actuele gegevens te gebruiken, zodat onze resultaten en rapporten zo nauwkeurig mogelijk zijn. Toch zijn fouten mogelijk: vertrouw niet alleen op deze tool of het rapport, en wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor beslissingen die daarop worden gebaseerd.
De formule
winst = prijs − kostprijs; marge % = winst ÷ prijs × 100; opslag % = winst ÷ kostprijs × 100
Hoe het werkt
De winst is de verkoopprijs min de kostprijs. Gedeeld door de prijs geeft dat de marge; gedeeld door de kostprijs geeft dat de opslag. Omdat de noemers verschillen, is de opslag bij een winstgevende verkoop altijd het grootste getal.
Waar je het gebruikt
- Een verkoopprijs bepalen vanuit een doelmarge of doelopslag
- Controleren of een offerte van een leverancier nog de gewenste marge laat
- Een genoemde opslag omrekenen naar de marge die hij echt oplevert
Rekenvoorbeeld
Een artikel dat € 60,00 kost en voor € 100,00 wordt verkocht, levert … winst op. Dat is een marge van … op de prijs, maar een opslag van … op de kostprijs — hetzelfde geld, twee heel verschillende percentages.
Wat de calculator doet
Opslag en marge worden in het bedrijfsleven voortdurend door elkaar gehaald, en een prijs op basis van het verkeerde getal kost ongemerkt winst. Deze calculator neemt de twee getallen die je kent, wat een artikel je kost en waarvoor je het verkoopt, en rekent beide percentages tegelijk uit, zodat je dezelfde winst op twee manieren ziet. Je ziet de winstmarge, de opslag en de winst per stuk, met een ringdiagram dat de verkoopprijs verdeelt in kostprijs en winst.
Omdat beide cijfers uit dezelfde invoer komen, kun je ze niet verwarren: de tool zet bij elk resultaat de naam en toont ze naast elkaar.
Opslag en marge: het verschil
Opslag en marge beschrijven dezelfde winst, gemeten ten opzichte van iets anders.
- Marge is de winst als deel van de verkoopprijs. Verkoop je voor 100 en houd je 40 over, dan is je marge 40%.
- Opslag is diezelfde winst van 40 als deel van de kostprijs. Kostte het artikel 60, dan is de opslag 40 ÷ 60 = 66,67%.
Het gaat om één verkoop en hetzelfde geld; alleen het vergelijkingspunt verschilt. Daarom is de opslag bij een verkoop met winst altijd het hogere getal: de kostprijs is lager dan de verkoopprijs, en delen door een kleiner getal geeft een groter percentage.
De formule
- Winst = verkoopprijs − kostprijs
- Marge % = winst ÷ verkoopprijs × 100
- Opslag % = winst ÷ kostprijs × 100
Er gaat niets anders in de berekening: geen belasting, geen overhead, geen extern tarief. Dezelfde kostprijs en verkoopprijs geven dus in elk land en elke valuta dezelfde uitkomst.
Een rekenvoorbeeld
Een winkel koopt een product voor 60 en verkoopt het voor 100, met 40 winst per stuk. 40 gedeeld door 100 is 40% marge; 40 gedeeld door 60 is 66,67% opslag. Een winkelier die ze verwart en 40% opslag rekent terwijl hij 40% marge bedoelde, verkoopt het artikel voor 84 in plaats van 100, met 24 winst in plaats van 40: 40% minder per verkoop. Over duizenden stuks is dat het verschil tussen een gezond bedrijf en een bedrijf dat moeite heeft om rond te komen.
Omrekenen
- Opslag naar marge: marge = opslag ÷ (1 + opslag). 50% opslag is 0,5 ÷ 1,5 = 33,3% marge.
- Marge naar opslag: opslag = marge ÷ (1 − marge). 25% marge is 0,25 ÷ 0,75 = 33,3% opslag.
50% opslag en 33,3% marge zijn dus dezelfde verkoop, net als 25% marge en 33,3% opslag. Als je beide kanten steeds samen ziet, gaan de omrekeningen vanzelf.
Welk cijfer wanneer
- Opslag om een prijs te bepalen. Winkeliers en groothandels beginnen meestal bij de inkoopprijs en tellen daar een percentage bij op; dat percentage is de opslag.
- Marge om de winstgevendheid te beoordelen. Boekhouders, kredietverstrekkers en investeerders denken in marge, omdat die laat zien hoeveel van elke euro omzet overblijft na de inkoop. Marges kun je vergelijken tussen producten en branches, opslagen niet.
Vaak bepaal je de prijs met een gewenste opslag en toets je de marge die daaruit volgt aan wat in je bedrijf normaal is. Is de marge te klein, dan verhoog je de opslag en kijk je opnieuw. De calculator toont beide tegelijk, zodat dat snel gaat.
Veelgemaakte fouten
De klassieke fout is de twee percentages als uitwisselbaar zien. “Een product van 40%” betekent iets heel anders als die 40% marge of opslag is, en het verschil groeit naarmate het percentage stijgt: bij 20% liggen ze nog redelijk dicht bij elkaar, bij 50% lopen ze ver uiteen, en een marge van 50% vraagt al een opslag van 100%. Een andere valkuil is een opslag noemen tegenover een klant of partner die het als marge leest, waardoor een deal veel gunstiger lijkt dan hij is. Zeg er daarom altijd bij welk cijfer je bedoelt.
Tips
Vul kostprijs en verkoopprijs in dezelfde valuta in; het zijn verhoudingen, dus de valuta maakt voor de uitkomst niet uit. Verhoog de prijs een beetje en zie hoeveel sneller de opslag stijgt dan de marge. Zet de kostprijs dicht bij de verkoopprijs om te zien hoe klein krappe marges zijn, en vergroot daarna het verschil om te zien wat in jouw branche gezond is. Het ringdiagram laat het zien: hoe groter het deel winst ten opzichte van het deel kosten, hoe gezonder de verkoop.
Over deze opslag versus marge calculator
Gebruik deze opslag versus marge calculator voor een directe schatting op basis van de gegevens die je invoert. Pas de velden aan je situatie aan of bekijk al onze rekenmachines om je volgende stap te plannen.
