Box 3 vermogen berekenen Nederland
Box 3 vermogen berekenen voor 2026: zie hoeveel vermogen belastingvrij blijft en schat de box 3-heffing over spaargeld en beleggingen.

Waarvoor het dient
Met deze rekentool ziet u hoeveel van uw vermogen in box 3 belastingvrij blijft en hoeveel box 3-heffing u ongeveer betaalt over het deel boven het heffingsvrij vermogen.
Gegevensbronnen & parameters
De onderstaande waarden voeden deze rekenmachine. We houden ze in lijn met de meest recente officiële gegevens, en elk resultaat wordt automatisch herberekend zodra een waarde verandert.
| Parameter | Waarde | Bron | Laatst bijgewerkt |
|---|---|---|---|
| Heffingsvrij vermogen box 3 (per persoon) | 59.357 | belastingdienst.nl | Geldig vanaf 2026-01-01Heffingsvrij vermogen box 3 2026 (p.p.) |
| Belastingtarief box 3 | 0,36 | belastingdienst.nl | Geldig vanaf 2026-01-01Box 3 tarief 36% 2026 |
| Forfaitair rendement overige bezittingen | 0,06 | belastingdienst.nl | Geldig vanaf 2026-01-01Forfait overige bezittingen 6,00% 2026 (definitief) |
| Forfaitair rendement banktegoeden | 0,0128 | belastingdienst.nl | Geldig vanaf 2026-01-01Percentage overgenomen van de Belastingdienst voor 2026. Het is nog voorlopig: het definitieve forfait voor banktegoeden wordt begin 2027 vastgesteld. |
We streven er altijd naar om voor elke variabele de meest actuele gegevens te gebruiken, zodat onze resultaten en rapporten zo nauwkeurig mogelijk zijn. Toch zijn fouten mogelijk: vertrouw niet alleen op deze tool of het rapport, en wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor beslissingen die daarop worden gebaseerd.
De formule
Belastbaar = max(0, vermogen − vrijstelling) · Forfait = beleggingen × rendement_overig + banktegoeden × rendement_bank · Heffing = forfait × tarief
Hoe het werkt
Eerst trekt de tool het heffingsvrij vermogen van uw totale vermogen af; met een fiscaal partner telt die vrijstelling dubbel. Over het restant berekent de tool een forfaitair rendement, gesplitst in banktegoeden en overige bezittingen, en past daarop het box 3-tarief toe.
Waar je het gebruikt
- Zien hoeveel vermogen belastingvrij blijft in box 3
- De box 3-heffing over het meerdere schatten
- Het effect van een fiscaal partner op de vrijstelling meten
Rekenvoorbeeld
Bij een vermogen van € 120.000,00 zonder fiscaal partner blijft … belastingvrij en is het belastbaar vermogen …. Met de helft in beleggingen komt de geschatte box 3-heffing uit op ….
Wat doet de tool voor box 3 vermogen berekenen
Wilt u uw box 3 vermogen berekenen, dan draait alles om een simpele vraag: hoeveel van uw spaargeld en beleggingen blijft belastingvrij, en hoeveel wordt belast? Deze rekentool beantwoordt precies die vraag voor het belastingjaar 2026. U vult uw totale vermogen in, geeft aan of u een fiscaal partner heeft en hoeveel van uw vermogen uit beleggingen bestaat. De tool laat dan zien welk deel onder het heffingsvrij vermogen valt en welk deel boven de vrijstelling uitkomt en dus wordt belast.
Het resultaat splitst uw vermogen in twee delen: het belastingvrije deel en het belastbare deel. Daarnaast toont de tool het heffingsvrij vermogen dat op u van toepassing is, de ruimte die u eventueel nog belastingvrij kunt bijleggen, en een schatting van de box 3-heffing die u over het meerdere betaalt. Zo krijgt u in een oogopslag inzicht in uw positie in box 3 zonder dat u zelf met de forfaitaire percentages hoeft te rekenen.
Hoe box 3 in 2026 werkt
Box 3 is de belasting op inkomen uit sparen en beleggen. De Belastingdienst kijkt niet naar uw werkelijke rente of koerswinst, maar gaat uit van een fictief, forfaitair rendement. Dat rendement wordt berekend over uw vermogen op de peildatum van 1 januari. Uw vermogen bestaat uit uw banktegoeden, uw beleggingen en overige bezittingen, verminderd met uw aftrekbare schulden.
Voordat er iets wordt belast, mag u het heffingsvrij vermogen aftrekken. In 2026 is dat 59.357 euro per persoon. Heeft u een fiscaal partner, dan telt die vrijstelling voor u samen dubbel, tot 118.714 euro. Alleen wat daarboven uitkomt, vormt de grondslag voor de heffing. Ligt uw vermogen onder de vrijstelling, dan betaalt u helemaal geen box 3-belasting.
Over het belastbare deel berekent de Belastingdienst een forfaitair rendement. Daarbij wordt onderscheid gemaakt tussen twee soorten vermogen. Banktegoeden krijgen een laag percentage, in 2026 rond 1,28 procent, passend bij de lage spaarrente. Overige bezittingen, zoals aandelen, obligaties, een tweede woning of een uitgeleend bedrag, krijgen een hoger percentage van 6 procent. Het fictieve rendement dat hieruit volgt, wordt ten slotte belast tegen het box 3-tarief van 36 procent.
De rol van het heffingsvrij vermogen
Het heffingsvrij vermogen is de belangrijkste knop bij het bepalen van uw box 3-heffing. Het is de belastingvrije voet: het bedrag dat volledig buiten schot blijft. Doordat de vrijstelling voor fiscale partners dubbel telt, kan een stel met samengevoegd vermogen een aanzienlijk groter bedrag belastingvrij aanhouden dan iemand zonder partner. In de tool ziet u meteen welk bedrag op uw situatie van toepassing is.
Zit u nog onder de vrijstelling, dan toont de tool hoeveel u nog belastingvrij kunt bijleggen. Dat is nuttig als u bijvoorbeeld overweegt om te sparen of een schenking te ontvangen: u ziet direct waar de grens ligt voordat box 3-heffing begint te lopen. Zit u er ruim boven, dan maakt de tool zichtbaar hoe groot het belaste deel is en hoe zwaar dat meeweegt in de uiteindelijke heffing.
Waarom de verdeling spaargeld en beleggingen uitmaakt
Sinds de invoering van de forfaitaire methode met verschillende rendementen is de samenstelling van uw vermogen minstens zo belangrijk als de omvang ervan. Twee mensen met exact hetzelfde belastbare vermogen kunnen een verschillende box 3-heffing hebben, puur doordat de een vooral spaart en de ander vooral belegt. Overige bezittingen worden namelijk belast tegen 6 procent forfaitair rendement, terwijl banktegoeden slechts tegen ongeveer 1,28 procent worden aangeslagen.
In de tool geeft u met het aandeel overige bezittingen aan welk deel van uw belaste vermogen uit beleggingen bestaat. De rest wordt als banktegoed behandeld. Verschuift u het aandeel richting beleggen, dan ziet u de geschatte heffing oplopen; verschuift u het richting sparen, dan daalt de heffing. Dat maakt inzichtelijk waarom de mix tussen sparen en beleggen zo bepalend is voor uw box 3-belasting, los van uw beleggingsdoelen zelf.
Een concreet voorbeeld
Stel, u heeft een vermogen van 120.000 euro en geen fiscaal partner. Van dat bedrag blijft 59.357 euro belastingvrij, waardoor het belastbaar vermogen uitkomt op 60.643 euro. Verdeelt u dat belaste deel voor de helft over beleggingen en voor de helft over spaargeld, dan berekent de tool een forfaitair rendement over beide delen en past daarop het tarief van 36 procent toe. De geschatte box 3-heffing komt in dat geval uit op ongeveer 795 euro.
Zou u datzelfde vermogen volledig op een spaarrekening aanhouden, dan valt de heffing fors lager uit, omdat banktegoeden een veel lager forfaitair rendement kennen. Andersom loopt de heffing op als u alles zou beleggen. Dit voorbeeld laat zien dat niet alleen de hoogte van uw vermogen telt, maar ook hoe het is samengesteld en of u van de dubbele vrijstelling van een fiscaal partner kunt profiteren.
Speelt u met de invoervelden, dan wordt de logica snel zichtbaar. Verhoog het totale vermogen en het belaste deel groeit mee, terwijl het belastingvrije deel gelijk blijft op het niveau van de vrijstelling. Zet de schakelaar voor een fiscaal partner om en de vrijstelling verdubbelt, waardoor het belaste deel in één keer krimpt. En verschuift u het aandeel overige bezittingen, dan verschuift het zwaartepunt tussen het lage forfait voor sparen en het hoge forfait voor beleggen. Zo kunt u zonder rekenwerk verschillende situaties naast elkaar leggen en een gevoel krijgen bij de manier waarop de box 3-heffing tot stand komt.
Wanneer een berekening extra nuttig is
Een box 3-berekening is vooral waardevol op momenten waarop uw vermogen verandert. Denk aan het ontvangen van een erfenis of schenking, de verkoop van een woning, het aflossen van een lening of een grote overstap van sparen naar beleggen. Op zulke momenten kan uw positie ten opzichte van de vrijstelling verschuiven en kan de heffing merkbaar veranderen. Door vooraf te rekenen weet u waar u aan toe bent en voorkomt u verrassingen bij de aangifte.
Waar u op moet letten
De tool gebruikt de forfaitaire methode van de Belastingdienst voor 2026. Dat betekent dat wordt gerekend met fictieve rendementen en niet met uw werkelijke rente of koersresultaat. In de praktijk kan uw feitelijke rendement hoger of lager liggen dan het forfait. Er loopt bovendien al enkele jaren een discussie en rechtspraak over de vraag of belastingheffing op basis van een forfait wel eerlijk uitpakt; via de tegenbewijsregeling kan het werkelijke rendement in sommige gevallen lager uitvallen dan het forfaitaire.
Houd er verder rekening mee dat de peildatum 1 januari is: alleen uw vermogen op dat moment telt. Schulden boven een drempel zijn aftrekbaar, en de verdeling tussen fiscale partners kunt u in de aangifte optimaliseren. De uitkomst van deze tool is dan ook een schatting die u helpt om uw positie te begrijpen en scenarios te vergelijken. Voor uw definitieve aanslag baseert u zich op uw aangifte inkomstenbelasting en, waar nodig, op advies van een belastingadviseur.
Deze informatie is algemeen van aard en vormt geen fiscaal of financieel advies.
Over deze tool: box 3 vermogen berekenen
Box 3 vermogen berekenen: gebruik deze tool voor een directe, nauwkeurige schatting. De cijfers volgen de officiële richtlijnen en worden bijgewerkt voor 2026. Pas de velden aan je situatie aan of bekijk al onze rekenmachines om je volgende stap te plannen.
Tax year 2026
