WGA-vervolguitkering berekenen Nederland
Wil je je bruto WGA vervolguitkering berekenen per maand? Zie per arbeidsongeschiktheidsklasse welk percentage van het minimumloon je krijgt.

Waarvoor het dient
De rekentool voor de WGA-vervolguitkering schat je bruto vervolguitkering per maand. Deze uitkering geldt na de loongerelateerde fase van de WGA en is een wettelijk percentage van het minimumloon, waarbij het percentage afhangt van je arbeidsongeschiktheidsklasse.
Gegevensbronnen & parameters
De onderstaande waarden voeden deze rekenmachine. We houden ze in lijn met de meest recente officiële gegevens, en elk resultaat wordt automatisch herberekend zodra een waarde verandert.
| Parameter | Waarde | Bron | Laatst bijgewerkt |
|---|---|---|---|
| Wettelijk minimumloon per maand voor de berekening van uitkeringen (bruto referentieminimummaandloon), artikel 8, eerste lid, onderdeel b, Wet minimumloon en minimumvakantiebijslag, per 1 juli 2026 | 2.337 | wetten.overheid.nl | Geldig vanaf 2026-07-01Nieuw: het wettelijk minimumloon per maand uit artikel 8, eerste lid, onderdeel b, WML. De WGA-vervolguitkering en de Wajong werden eerder berekend met een uit het uurloon teruggerekend maandbedrag, dat met de werkweek meebewoog terwijl dit bedrag voor ie |
| Uitkeringspercentages WGA-vervolguitkering per arbeidsongeschiktheidsklasse | Tarieventabel | wetten.overheid.nl | Geldig vanaf 2026-01-01Overgenomen uit art. 61 lid 6 Wet WIA. De percentages stonden vast in de code van wga-vervolguitkering-nl, waar de klasse 35-45 % op 28,05 % stond (wet: 28 %) en 55-65 % op 45,50 % (wet: 42 %). |
We streven er altijd naar om voor elke variabele de meest actuele gegevens te gebruiken, zodat onze resultaten en rapporten zo nauwkeurig mogelijk zijn. Toch zijn fouten mogelijk: vertrouw niet alleen op deze tool of het rapport, en wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor beslissingen die daarop worden gebaseerd.
De formule
WGA-vervolguitkering per maand = uitkeringspercentage × het laagste van (minimumloon per maand, 21,75 × dagloon)
Hoe het werkt
De grondslag is het wettelijk minimumloon per maand van € 2.337,00, het bedrag uit artikel 8, eerste lid, onderdeel b, van de Wet minimumloon dat speciaal voor de berekening van uitkeringen geldt. Verdiende je minder dan het minimumloon, dan rekent het UWV met je WIA-maandloon (21,75 keer je dagloon). Op die grondslag komt het wettelijke uitkeringspercentage van je arbeidsongeschiktheidsklasse (van 28% bij 35-45% tot 70% bij 80% of meer, artikel 61 lid 6 Wet WIA).
Waar je het gebruikt
- De hoogte van de WGA-vervolguitkering na de loongerelateerde fase schatten
- Zien hoeveel lager de vervolguitkering is dan het minimumloon
- Het effect van je arbeidsongeschiktheidsklasse op de uitkering vergelijken
Rekenvoorbeeld
Bij een arbeidsongeschiktheid van 50% en een dagloon op of boven het minimumloon komt de bruto WGA-vervolguitkering uit op … per maand, oftewel … van de grondslag van ….
WGA vervolguitkering berekenen met deze tool
Je WGA vervolguitkering berekenen is lastig, omdat de hoogte niet aan je oude salaris hangt maar aan het wettelijk minimumloon en aan het percentage dat bij jouw arbeidsongeschiktheidsklasse hoort. Deze tool brengt beide factoren samen en geeft je snel een heldere schatting van de bruto uitkering per maand. Je vult je arbeidsongeschiktheidspercentage in en eventueel je WIA-dagloon, en de tool toont direct het geschatte bedrag, de gebruikte grondslag, het percentage en de uitkering per jaar.
Het doel is om een ingewikkelde regeling om te zetten in een concreet bedrag. In plaats van te gokken wat je overhoudt na de loongerelateerde fase, krijg je een betrouwbare orde van grootte die helpt bij het plannen van je budget en het inschatten van je inkomen tijdens gedeeltelijke arbeidsongeschiktheid.
Wat is de WGA-vervolguitkering?
De WGA is een onderdeel van de Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen. Deze regeling is bedoeld voor mensen die na twee jaar ziekte gedeeltelijk arbeidsongeschikt zijn, of van wie nog herstel wordt verwacht. Binnen de WGA bestaan verschillende soorten uitkeringen. Eerst is er de loongerelateerde uitkering, die een aantal maanden duurt en gekoppeld is aan je vroegere loon en je arbeidsverleden.
Wanneer die loongerelateerde fase afloopt, hangt het van je situatie af welke uitkering je daarna krijgt. Benut je voldoende van je resterende verdiencapaciteit, dan ontvang je de loonaanvulling. Benut je onvoldoende, dan val je terug op de vervolguitkering. Die vervolguitkering is een percentage van het wettelijk minimumloon en niet van je oude salaris. Voor veel mensen betekent dit een lager inkomen dan de loonaanvulling, wat een bewuste prikkel is om te blijven werken.
Hoe de hoogte van de vervolguitkering wordt bepaald
Artikel 62, eerste lid, van de Wet WIA laat weinig ruimte: de vervolguitkering bedraagt per kalendermaand het uitkeringspercentage maal het minimumloon per maand, of maal het maandloon als het minimumloon per maand hoger is dan dat maandloon. Er zitten dus precies twee grootheden in de formule, en het aantal uren dat jij of jouw sector als voltijd rekent is er geen van beide.
Het minimumloon per maand is een vast, landelijk bedrag. Sinds 1 januari 2024 kent Nederland een wettelijk minimumuurloon, maar daarmee is het maandbedrag niet verdwenen: artikel 8, eerste lid, onderdeel b, van de Wet minimumloon en minimumvakantiebijslag houdt een maandbedrag in stand, uitdrukkelijk "voor de toepassing van wetten die ten aanzien van de berekening van uitkeringen of tegemoetkomingen naar deze wet verwijzen". Per 1 juli 2026 staat daar 2.337,00 euro bruto per maand; per 1 januari 2026 was dat 2.294,40 euro. Het ministerie van Sociale Zaken noemt dit bedrag het bruto referentieminimummaandloon. Dit is de grondslag die de tool gebruikt, en het is voor iedereen hetzelfde bedrag.
De uitzondering is de werknemer die minder verdiende dan het minimumloon. Voor hem of haar rekent het UWV met het WIA-maandloon: 21,75 maal het dagloon, de omrekenfactor uit artikel 13 lid 4 van de Wet WIA. Vul je in het tweede veld je dagloon in en komt dat maandloon lager uit dan het minimumloon, dan neemt de tool het maandloon als grondslag. Ligt het hoger, dan blijft het minimumloon gelden en verandert er niets aan je uitkering.
De percentages per arbeidsongeschiktheidsklasse
De WIA kent vaste wettelijke percentages die afhangen van de mate van arbeidsongeschiktheid. Deze percentages zijn niet onderhandelbaar of afhankelijk van je oude loon, maar liggen in de wet vast. Hoe hoger je arbeidsongeschiktheid, hoe hoger het percentage van de grondslag dat je ontvangt.
Bij een arbeidsongeschiktheid van 35 tot 45 procent geldt een percentage van 28 procent. Bij 45 tot 55 procent is het 35 procent, bij 55 tot 65 procent 42 procent en bij 65 tot 80 procent 50,75 procent. Voor 80 procent of meer noemt de wet 70 procent, al komt die klasse in de praktijk zelden bij de vervolguitkering terecht: wie zo sterk arbeidsongeschikt is, heeft geen inkomenseis en houdt de loonaanvulling. Onder de 35 procent bestaat er geen recht op een WIA-uitkering, en de tool laat in dat geval een uitkering van nul zien. Door verschillende percentages in te vullen, zie je meteen hoe sterk de klasse-indeling je uitkering beïnvloedt.
Waarom de vervolguitkering lager is dan de loonaanvulling
Het belangrijkste verschil tussen de loonaanvulling en de vervolguitkering zit in de grondslag. De loonaanvulling is gekoppeld aan je vroegere loon en valt daardoor voor de meeste mensen hoger uit. De vervolguitkering is gekoppeld aan het minimumloon en is dus voor iedereen met een bovengemiddeld salaris een stuk lager. Dit verschil is geen weeffout, maar een bewuste keuze van de wetgever.
Het systeem is zo ontworpen dat werken loont. Wie een voldoende deel van zijn resterende verdiencapaciteit benut, houdt de gunstigere loonaanvulling. Wie te weinig werkt, valt terug op de vervolguitkering. Het verschil tussen beide uitkeringen kan flink oplopen, zeker bij hogere inkomens. Daarom is het verstandig om, als je nog kunt werken, de urennorm van de loonaanvulling goed in de gaten te houden. De tool helpt je in te schatten hoe laag je terug zou vallen als je in de vervolguitkering terechtkomt.
Bruto, netto, vakantiegeld en andere inkomsten
De tool berekent een bruto bedrag per maand, exclusief vakantiegeld. Het UWV reserveert daarnaast 8 procent vakantiegeld en betaalt dat in mei in één keer uit. Van het maandbedrag gaan nog loonheffing en de bijdrage voor de Zorgverzekeringswet af voordat het geld op je rekening staat. Wat je netto overhoudt ligt daardoor lager dan het brutobedrag dat de tool toont; hoeveel lager hangt af van de heffingskortingen die op jou van toepassing zijn en van je overige inkomen.
Ook je eventuele resterende inkomsten spelen een rol in de praktijk. Wie binnen de WGA nog deels werkt, kan naast de uitkering loon ontvangen, waardoor het totale inkomen hoger ligt dan de uitkering alleen. De tool richt zich bewust op de kern: de hoogte van de wettelijke vervolguitkering zelf, zodat je een duidelijk startpunt hebt voordat je verdere inkomsten of inhoudingen meeneemt.
Waarom een schatting en geen exacte beschikking
De uitkomst van de tool is een schatting en geen officiële vaststelling. In werkelijkheid stelt het UWV je arbeidsongeschiktheidsklasse vast na een beoordeling door een verzekeringsarts en een arbeidsdeskundige, en die vaststelling bepaalt welk percentage geldt. Daarnaast kunnen een toeslag op grond van de Toeslagenwet, een overgangsregeling of een afwijkend dagloon het bedrag beïnvloeden.
Gebruik de tool daarom om snel te begrijpen hoe je vervolguitkering wordt opgebouwd en welk verschil je arbeidsongeschiktheidsklasse maakt. Voor een bindend bedrag blijft de beschikking van het UWV leidend. De kracht van deze tool zit in het inzicht: je ziet in een oogopslag welke rol het minimumloon en het uitkeringspercentage spelen, en hoe je uitkering per maand en per jaar uitpakt. Zo bouw je een realistisch beeld op van je inkomen tijdens langdurige, gedeeltelijke arbeidsongeschiktheid en kun je je beter voorbereiden op de gevolgen van een terugval naar de vervolguitkering.
Veelvoorkomende situaties
Een goede aanpak is om meerdere scenario's naast elkaar te bekijken. Vul eerst je eigen arbeidsongeschiktheidspercentage in en noteer het bedrag dat de tool toont. Verhoog daarna het percentage om te zien hoeveel de uitkering stijgt naar een hogere klasse, of verlaag het om te zien wanneer je onder de grens van 35 procent zakt en het recht op een uitkering vervalt. Zo krijg je gevoel voor de sprongen tussen de klassen.
Het tweede veld is alleen van belang wanneer je vroegere loon onder het minimumloon lag. Laat het op nul staan als je minimaal het minimumloon verdiende: de grondslag is dan het landelijke maandbedrag en je werkweek verandert daar niets aan. Had je een klein dienstverband of een laag uurloon, vul dan het dagloon uit je UWV-beslissing in en kijk hoeveel lager de grondslag, en daarmee de uitkering, uitvalt. Zo krijg je een compleet beeld van hoe je vervolguitkering zich kan ontwikkelen en welke factoren je inkomen tijdens arbeidsongeschiktheid werkelijk beïnvloeden.
Over deze tool: WGA vervolguitkering berekenen
WGA vervolguitkering berekenen: gebruik deze tool voor een directe, nauwkeurige schatting. De cijfers volgen de officiële richtlijnen en worden bijgewerkt voor 2026. Pas de velden aan je situatie aan of bekijk al onze rekenmachines om je volgende stap te plannen.
Tax year 2026
